# Discussie

## Verhouding van de resultaten tot eerdere studies

De resultaten uit dit onderzoek bevestigen grotendeels de bevindingen van eerdere studies,
zoals die van Parmet et al. (1995) en Jonkeren et al. (2007), die wijzen op significante
veranderingen in de waterstanden van de Rijn als gevolg van klimaatverandering. Net als in
deze eerdere studies, tonen de modellen in dit onderzoek aan dat de waterstanden in de
winter zullen stijgen en in de zomer zullen dalen, wat leidt tot uitdagingen voor de scheepvaart.
Ook komt de toename van droogteperiodes en extreme regenval overeen met de bevindingen
van Arnell (2019) en Schneider et al. (2013). 

## Mogelijke lange termijn gevolgen

De gesimuleerde resultaten geven voor elk klimaatscenario een ander beeld. Voor het meest
extreme SSP5-8.5 scenario, is duidelijk te zien dat er minder water door de Rijn gaat stromen.
Dit zal met name komen door meer verdamping door hogere temperaturen. Daarnaast is het
een mogelijkheid dat bij dit extreme scenario de gletsjers compleet weg zijn gesmolten,
waardoor er geen smeltwater meer door de Rijn heen zal stromen. Scenario SSP2-4.5 geeft
een ander beeld, namelijk een matige stijging in temperatuur. Bij dit matige scenario is de
mogelijkheid dat er nog wel ijs terug groeit, maar door temperatuurstijging steeds verder zal
smelten, en dus voor meer afvoer zal zorgen in de Rijn. Het betere SSP1-2.6 scenario laat
vooral zien dat, als men klimaatopwarming beperkt, er een langzame daling in zicht komt. Wat
betekent dat er ijs terug kan groeien, en voor smeltwater zal zorgen. Het is dan ook een
geschikt voor een vervolgonderzoek om de impact van klimaatverandering op gletsjers en de
invloed op rivieren te onderzoeken.

Op lange termijn zullen de veranderingen in waterstanden waarschijnlijk leiden tot aanzienlijke
verstoringen van de scheepvaart op de Rijn. Voor de verschillende klimaatscenario’s, die elk
van een stijging in temperatuur uitgaan, zal het aantal dagen dat scheepvaart tussen Kaub en
Maxau niet mogelijk is meer dan een half jaar bedragen. De droogteperiodes kunnen de
navigatie bemoeilijken bij Kaub, wat een knelpunt vormt door laagwater. Aan de andere kant
kunnen verhoogde waterstanden in de winter de doorvaarthoogte onder bruggen
verminderen, wat eveneens de scheepvaart zal belemmeren. Dit speelt met name een rol bij
de doorvaarhoogte van de brug bij Maxau. Deze fluctuaties in waterstanden vereisen
adaptieve maatregelen, zoals de verdieping van de vaargeulen, maar ook de mogelijkheid om
het hoogwater op te kunnen vangen. Waterbeheer strategieën zullen dan ook verbeterd
moeten worden, om de scheepvaart veilig en efficiënt te houden.

## Reflectie op beperkingen

De klimaatscenario’s SSP1-2.6, SSP2-4.5 en SSP5-8.5 zijn toegepast op een enkel
klimaatmodel, terwijl er veel meer scenario’s en modellen beschikbaar en toepasbaar zijn op
de Rijn. Dit zal een aanzienlijke impact hebben op de betrouwbaarheid van de
voorspellingen.

Daarnaast is dit onderzoek volledig afhankelijk van de kalibratie die op het eWaterCycle
programma beschikbaar is. De parameters die in het gebruikte model ingevoerd zijn kunnen
aanzienlijk veel impact hebben op de afvoersimulatie van de Rijn. Daarnaast zijn gebruikte
modellen voor deze studie werkend gemaakt op basis van beschikbare ERA5-klimaatdata
van 2000-2010. Ondanks dat deze data waardevol is, kan het minder nauwkeurige
resultaten leveren, dan wanneer de modellen werkend zijn gemaakt voor een grotere
klimaatdataset. 

Zoals eerder al genoemd is voor de betrouwbaarheid van de resultaten gebruik gemaakt van
twee hydrologische modellen, hiervan bleek echter een op de achtergrond geen resultaten te
simuleren. Hierdoor zijn de resultaten van dit onderzoek op een enkel hydrologisch model
gebaseerd en is het niet mogelijk om mogelijke foutieve resultaten te filteren.

Ondanks het gebruik van drie klimaatscenario’s, reeds gekalibreerde hydrologische modellen
voor de rijn en een enkel hydrologisch model, bieden de resultaten waardevolle inzichten.
Voor betrouwbaardere resultaten zullen meerdere modellen in de toekomst naast elkaar
gelegd moeten worden om de resultaten met elkaar te vergelijken, gebruikmakend van
verschillende klimaatmodellen en -scenario’s. Daarnaast zou het gebruik van een grotere
ERA5-dataset de basismodellen nog nauwkeuriger kunnen maken.

Door in een vervolgonderzoek deze aanpassingen toe te passen, wordt een nog duidelijker
beeld geschetst van de afvoeren. Voor eventuele onderzoeken in de toekomst zijn de
geschreven modellen online beschikbaar en kunnen ze worden aangepast aan een locatie op
de Rijn. Met als tweede aanpassing de randvoorwaarden.
