6 Toekomstige klimaatscenario’s#
6.1 Verschillende klimaatscenario’s#
Om toekomstvoorspellingen van de waterhoogte te kunnen maken is er via het eWatercycle platform CMIP data gebruikt. Dit zijn neerslag en verdamping voorspellingen gebaseerd op klimaat simulaties met verschillende broeikas emissies.
Dit rapport gebruikt 3 CMIP klimaatscenario’s (TU Delft, 2017);
SSP1-2.6; de duurzame route. Groene energie en menselijke gezondheid staat centraal.
SSP2-4.5; de middenweg. De maatschappij gaat door zoals het is gegaan zonder grote veranderingen, goed of slecht.
SSP5-8.5; de laagste route. Fossiele brandstoffen worden veel gebruikt en de wereld zal energie intensief draaien.
SSP1-2.6 zal minder extreme weersomstandigheden hebben en de seizoenen zullen terugvallen in het bestaande ritme. SSP2-4.5 en SSP5-8.5 zullen meer extreme gevallen hebben in de toekomst, wat betekent meer droge en natte periodes in vergelijken met de gemiddelde waardes.
Deze klimaatscenario’s zijn gekozen omdat ze de meest extreme gevallen weergeven en een middenweg om het te vergelijken. Het is beter om voor te bereiden op het ergste geval, Suriname is te veel afhankelijk van deze dam om geen voorzorgsmaatregelen te nemen.
6.2 Historische en toekomstige instroom#
De CMIP neerslag en verdamping simulaties worden gebruikt in de toekomst tussen 2027 en 2099. Om te controleren of deze gegevens een realistisch beeld gaven is er historische data tussen 2019 en 2025 vergeleken met ERA5 data. Deze bleken niet overeen te komen en om dit op te lossen is er quantile mapping gebruikt.
Quantile mapping is een bias-correctie methode om de output van een model aan te passen naar de werkelijkheid, in dit geval wordt het gebruikt om CMIP op de ERA5 data te laten lijken. Cumulatief was de originele CMIP neerslag data maar een vijfde van de ERA5 data. De quantile mapping was toegepast met de focus op de hoeveelheid neerslag en het aantal natte dagen over een lange periode goed krijgen. Zoals eerder gezegd had ERA5 in 2022 een grote hoeveelheid neerslag meer dan de oppervlakte metingen lieten zien. Dit verschil is ook terug zien in de figuur 7 waar er toch nog een verschil zit halverwege de grafiek.
De piek neerslag van de gecorrigeerde CMIP data is hoger dan ERA5. Dit is gebeurd om de lagere kans op middelmatige neerslag uit te balanceren en het neerslag volume dichter bij de werkelijkheid te brengen.