7 Resultaten

7 Resultaten#

De hoogtewaardes van het Brokopondomeer in de verschillende klimaatscenario’s is weergegeven in figuur 8 van 2027 tot 2060. Na dit jaar bereiken de alle hoogtemetingen een onrealistisch lage waarde van het meer. Volgens formule 3 zou het meer bij een hoogte van 25 praktisch gezien droog staan aangezien het op dat punt 90% van zijn volume zou zijn verloren in vergelijking met de gemiddelde historische hoogte.

In figuur 8 is goed te zien dat het minst positieve klimaatscenario SSP5.8-5 heel snel onder de kritische waardes komt en ook niet meer erboven komt. Dit scenario geeft weer dat het Brokopondomeer nog voor 3 jaar gebruikt kan worden, tot 2030, waarna het water onder de kritische hoogte blijft.

SSP1.2-6 heeft na 2032 de kritische hoogte al bereikt en na 2034 is dit scenario al onder de zeer kritische hoogte. Hierna blijft de hoogte schommelen tussen 35 en 40 meter tot 2050, voordat het naar beneden zakt en niet meer terug klimt.

SSP2.4-5 blijft tot 2035 boven de kritische hoogte, voordat het grotendeels tussen de kritische en zeer kritische hoogte schommelt. Na 2051 zakt de waterhoogte langzaam naar beneden zonder terug te komen boven de zeer kritische hoogte.

Figuur 8: Hoogtevoorspellingen tussen 2027 en 2060 per klimaatscenario.

De SSP5.8-5 heeft elk jaar zo veel neerslagtekort dat het waterniveau volgens het model bijna elk jaar gemiddeld lager ligt dan het jaar ervoor. In figuur 9 is dit te zien via het jaarlijkse hoogtetekort ten opzichte van de kritische hoogte.
Ook is op te merken dat hoewel alle 3 de klimaatscenario’s onder de kritische waterhoogte vallen binnen 10 jaar er veel verschil zit in de hoeveelheid hoogtetekort. SSP1.2-6 heeft tussen 2031 en 2051 maar 1 jaar waarin het een lager hoogtetekort heeft dan SSP2.4-5.

Figuur 9: Hoogtetekort ten opzichte van de kritische hoogte in een jaar per klimaatscenario.

Naast het hoogtetekort is de andere belangrijke factor het aantal droge dagen in een jaar. In figuren 10 en 11 staan het aantal droge dagen per scenario, voor de kritische en zeer kritische hoogtes respectievelijk. SSP1.2-6 en SSP5.8-5 stijgen voor 2033 naar een volledig jaar onder de kritische hoogte terwijl SSP2.4-5 pas na 2034 droge dagen krijgt en nog 2 keer terug gaat naar een hoogte boven het kritisch niveau.
SSP1.2-6 en SSP2.4-5 hebben allebei meer dan 30 droge dagen bij de zeer kritische hoogte in elk jaar dat er droge dagen zijn. Dit is belangrijk in verband met de eerder gevonden kritische droge tijd van een maand.
Er is te zien dat de 2 positievere scenario’s meer schommelen rondom de zeer kritische hoogte dan om de kritische hoogte met het aantal droge dagen. Alle scenario’s bereiken de zeer kritische hoogte niet meer na 2051.

Figuur 10: Aantal dagen waar het waterniveau onder de kritische hoogte ligt per klimaatscenario.
Figuur 11: Aantal dagen waar het waterniveau onder de zeer kritische hoogte ligt per klimaatscenario.