9 Discussie

9 Discussie#

Dit rapport had veel stappen om tot een eindantwoord te komen. Het zorgde voor een flinke uitdaging om het allemaal op elkaar aan te laten sluiten maar het is gelukt.
De hoogte en oppervlakte data was alleen beschikbaar elke 5 of 21 dagen wat een groot verschil is met de dagelijkse instroom waar model 2 uiteindelijk mee moest werken. Dit is op zichzelf geen probleem maar het door de lage hoeveelheid metingen zorgt er wel voor dat de precisie van model 1 omlaag gaat. Aangezien model 2 werd gekalibreerd op model 1 moest er met gemiddeldes gewerkt worden, wat het rapport niet minder valideert maar er wel voor zorgt dat het model op kleinere tijdschaal veel minder betrouwbaar is. De conclusies zijn daarom getrokken op basis van jaarlijkse drogen dagen en niet op het precies aantal droge dagen.

Zoals benoemd in hoofdstuk 3 en 4.2 is er een eigen model gemaakt om te gebruiken binnen het eWatercycle platform. Dit model is afhankelijk van formule 3 en is een redelijk versimpelde versie van de realiteit. Waar andere modellen binnen het platform grondvochtigheid en andere parameters gebruiken om een beter beeld te geven van het stroomgebied kijkt deze formule alleen naar hoeveel water er direct van de grond naar het meer gaat. Dit is gedaan om het project niet te over compliceren en het werkte goed genoeg om de aanname te kunnen maken. De overeenkomsten tussen de metingen en modellen waren groot genoeg om er mee te kunnen werken.

Bij de vergelijking van de toekomstige CMIP data met de ERA5 data is er gezien dat ERA5 een grote piek had in neerslag in 2022 wat niet voor is gekomen in de CMIP. Deze piek is ook niet teruggevonden in de oppervlakte en hoogte metingen van het stuwmeer dus het is aangenomen als een uitzondering. Dit jaar is niet meegenomen in de kalibratie om te zorgen dat de modellen goed werken voor de meerderheid van de jaren.

Als vervolg onderzoek is het een idee om te kijken naar meerdere scenario’s van verschillende afvoervolumes en zoeken of er een manier is om het waterpeil hoog te houden zonder dat er een stroomtekort is. Hiervoor zou er ook meer onderzoek moeten komen naar de benodigde stroomhoeveelheid op verschillende tijdstippen om te weten of het plan mogelijk is.